Blog
- Geej se lèllike voel hod!
- There are more love songs than anything else. If songs could make you do something we'd all love one another. ~ Frank Zappa
- daarnet voor het eerst sinds lang nog eens een fietstocht gemaakt en alzo gemerkt dat er zowel aan de fiets als aan de conditie nog heel wat schort!
- Een bult op je biebel, de ganse dag gekriebel.
- Oh? Vurwa dè nou wir?
- oekrak baskiat
- duizenden mensen waren getuige van de dode honden die uit de lucht kwamen geregend. Traditioneel lagen er rondom de kadavers punaises op de grond. De kinderen die in shock waren werden opgepakt en opg
- vliegen steeds zijn lelijk, en all deschacht! onthouden zijn being ass
- Als ik een glas bier drink, word ik een ander mens, en die ander heeft altijd geweldige dorst
- Ljubojevic maakt er na de verlossende 1-3 ook nog 1-4 van. PRACHTIG IS DAT!
- En weer zijn er mensen die het concept van een puzzel totaal niet snappen. Staat er iets over ledlampen of spaarlampen in de opgave? NEE! Als je de oplossing niet weet dan weet je ze niet en daarmee u
- 'T IS LEEG WALTER!!!
- Ik heb thuis enkele plastic zakken waarin ik plastic zakken verzamel. Gemakshalve zitten al deze zakken in een plastic draagtas.
- En wat hebben we vandaag geleerd? Ten eerste 'T IS ALBERTOOOO
- De aftrap wordt vijf minuten uitgesteld omdat het veld van Sclessin door Bengaals vuur onder een rookgordijn ligt. Dat is meteen het boeiendste wat er vanavond gebeurd is.
- Verknoei je tijd op een nuttige manier!
Weefsnitje en de deven zergen
Brigitte, 2004-04-15
Er leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje, en dat scheel hoon meisje heette weefsnitje.
Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand, de de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weefsnitje.
En iedere dag trok zij haar kloenste scheetje aan, en dan ging ze voor het wiegeltje staan, en da zei ze:
“Wiegeltje wiegeltje aan de spand, wie is de vroenste schouw van lans het gand?”
En dan antwoordde dat wiegeltje: “Biefstoeder, je bent scheel hoon, maar Weefsnitje is muizendschaal doner dan jij.”
En dan werd die moze biefstoeder beeds stozer.
En op dekere zag, ging zeij vrorgens smoeg naar de joze bager, “joze bager” zei ze, “jij gaat weefsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud.”
En de joze bager, de leersmap, die had een klare zijk op de kaak. Hij was vroeger nog matroos geweest en had zeven jaren op zijn slip gescheten.
De joze bager dus sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en met zijn klatte zoten smeet hij weefsnitje in het wuikgestras.
En Weefsnitje, ocharme, zat daar te schruilen van de hik. Het zat daar vol met woute stolven.
Maar toen kwamen daar uit het heupelkrout de deven zergjes die ergens in het doud in een harig kutje woonden.
Zij zagen Weefsnitje liggen en, met verkrachte eenden, brachten zij Weefsnitje naar een haddenstoelen puisje.
Toen kwam daar opeens de prone schins voorbij, ook al pezeten op een pert staard, eigenlijk een pimmelschaard.
Hij zag Weefsnitje liggen, want zei lag daar in een klazen gist. Zei had zich immer verlsikt in een fut struik van de houte steks.
En de prone schins werd natuurlijk zapelstot van Weefsnitje, hij streek haar kak in de ogen en mutste haar op haar recht op haar kont.
Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadde lange kinderen en gaven een groot kannepoekenfeest....
Er leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje, en dat scheel hoon meisje heette weefsnitje.
Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand, de de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weefsnitje.
En iedere dag trok zij haar kloenste scheetje aan, en dan ging ze voor het wiegeltje staan, en da zei ze:
“Wiegeltje wiegeltje aan de spand, wie is de vroenste schouw van lans het gand?”
En dan antwoordde dat wiegeltje: “Biefstoeder, je bent scheel hoon, maar Weefsnitje is muizendschaal doner dan jij.”
En dan werd die moze biefstoeder beeds stozer.
En op dekere zag, ging zeij vrorgens smoeg naar de joze bager, “joze bager” zei ze, “jij gaat weefsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud.”
En de joze bager, de leersmap, die had een klare zijk op de kaak. Hij was vroeger nog matroos geweest en had zeven jaren op zijn slip gescheten.
De joze bager dus sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en met zijn klatte zoten smeet hij weefsnitje in het wuikgestras.
En Weefsnitje, ocharme, zat daar te schruilen van de hik. Het zat daar vol met woute stolven.
Maar toen kwamen daar uit het heupelkrout de deven zergjes die ergens in het doud in een harig kutje woonden.
Zij zagen Weefsnitje liggen en, met verkrachte eenden, brachten zij Weefsnitje naar een haddenstoelen puisje.
Toen kwam daar opeens de prone schins voorbij, ook al pezeten op een pert staard, eigenlijk een pimmelschaard.
Hij zag Weefsnitje liggen, want zei lag daar in een klazen gist. Zei had zich immer verlsikt in een fut struik van de houte steks.
En de prone schins werd natuurlijk zapelstot van Weefsnitje, hij streek haar kak in de ogen en mutste haar op haar recht op haar kont.
Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadde lange kinderen en gaven een groot kannepoekenfeest....
~ Bekeken: 4 × | TOP | THUIS | TERUG
Doe mee!

Eluterius groeit door inbreng van gebruikers. Wil jij ook weetjes delen en dingen toe kunnen voegen? Word lid!
Weekpoll
En ook...

Top-30
De tussenstand in onze Eigenzinnige 30 van
week 11/2026. Muziek van 1950 tot nu!3
4
5
8
11
12
14
16
17
SCHMUTZ - Love Games 34
18
19
21
ROEL TIJSKENS - Novelle 3
22
POND - Young Splendor 6
23
24
25
AL JARREAU - Roof Garden 16
27
THE RESIDENTS - Kaw-liga 19
28
GLASVEGAS - Daddy‘s Gone 22


Rechts

