Blog
- Geej se lèllike voel hod!
- Betty sings about starlight and champagne. I sing about dead rabbits and blow jobs. When I say music is violence, she says it´s love; when I say it´s math, she says it´s tap dancing. ~ Kristin Hersh
- Ik wens he een fijne verjaardag. Sterkte met je beperkingen, maar je lijkt me een konden die toch z'n weg wel weet te vinden
- Braakliggend terrein: een plaats op een stoep of ander openbaar gebied waar iemand gekotst heeft.
- Aardgas Jaskas Kaskouskas Edgardgasjas Jaskansaskansjaskas
- er blijven trouwens hardnekkige berichten binnenkomen die melden dat Merkel vorige week gescheten heeft
- morgenstond heeft een kater in de mond
- De vos zegt dat de druiven zuur zijn omdat ze te hoog hangen
- nothing special
- Resource at '/content/teveeltijd/nl/fisting/s-zine/praktijk.asp.html' not found: No resource found
- Op mijn eerste zelfgemaakte soep was ik niet zo trots, ik proefde geen ingrediënten en ze smaakte naar kotssssss
- 'cos I ain't no Hollerbach girl
- Maak het nie moeilijker als het al is. Als de politici nu nog moeten gaan rekenen dan is de volgende persconferentie helemaal niet meer te begrijpen.
- de meeste van deze kwootjes slaan nergens op maar dat moét ook niet!
- Aan alle japers ... achter tien minute zéén er belagde pistolets te verkriege aan 20frank per stuk ... Tanja heit ze zelf gesmeerd...
- Verknoei je tijd op een nuttige manier!
Weefsnitje en de deven zergen
Brigitte, 2004-04-15
Er leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje, en dat scheel hoon meisje heette weefsnitje.
Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand, de de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weefsnitje.
En iedere dag trok zij haar kloenste scheetje aan, en dan ging ze voor het wiegeltje staan, en da zei ze:
“Wiegeltje wiegeltje aan de spand, wie is de vroenste schouw van lans het gand?”
En dan antwoordde dat wiegeltje: “Biefstoeder, je bent scheel hoon, maar Weefsnitje is muizendschaal doner dan jij.”
En dan werd die moze biefstoeder beeds stozer.
En op dekere zag, ging zeij vrorgens smoeg naar de joze bager, “joze bager” zei ze, “jij gaat weefsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud.”
En de joze bager, de leersmap, die had een klare zijk op de kaak. Hij was vroeger nog matroos geweest en had zeven jaren op zijn slip gescheten.
De joze bager dus sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en met zijn klatte zoten smeet hij weefsnitje in het wuikgestras.
En Weefsnitje, ocharme, zat daar te schruilen van de hik. Het zat daar vol met woute stolven.
Maar toen kwamen daar uit het heupelkrout de deven zergjes die ergens in het doud in een harig kutje woonden.
Zij zagen Weefsnitje liggen en, met verkrachte eenden, brachten zij Weefsnitje naar een haddenstoelen puisje.
Toen kwam daar opeens de prone schins voorbij, ook al pezeten op een pert staard, eigenlijk een pimmelschaard.
Hij zag Weefsnitje liggen, want zei lag daar in een klazen gist. Zei had zich immer verlsikt in een fut struik van de houte steks.
En de prone schins werd natuurlijk zapelstot van Weefsnitje, hij streek haar kak in de ogen en mutste haar op haar recht op haar kont.
Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadde lange kinderen en gaven een groot kannepoekenfeest....
Er leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje, en dat scheel hoon meisje heette weefsnitje.
Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand, de de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weefsnitje.
En iedere dag trok zij haar kloenste scheetje aan, en dan ging ze voor het wiegeltje staan, en da zei ze:
“Wiegeltje wiegeltje aan de spand, wie is de vroenste schouw van lans het gand?”
En dan antwoordde dat wiegeltje: “Biefstoeder, je bent scheel hoon, maar Weefsnitje is muizendschaal doner dan jij.”
En dan werd die moze biefstoeder beeds stozer.
En op dekere zag, ging zeij vrorgens smoeg naar de joze bager, “joze bager” zei ze, “jij gaat weefsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud.”
En de joze bager, de leersmap, die had een klare zijk op de kaak. Hij was vroeger nog matroos geweest en had zeven jaren op zijn slip gescheten.
De joze bager dus sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en met zijn klatte zoten smeet hij weefsnitje in het wuikgestras.
En Weefsnitje, ocharme, zat daar te schruilen van de hik. Het zat daar vol met woute stolven.
Maar toen kwamen daar uit het heupelkrout de deven zergjes die ergens in het doud in een harig kutje woonden.
Zij zagen Weefsnitje liggen en, met verkrachte eenden, brachten zij Weefsnitje naar een haddenstoelen puisje.
Toen kwam daar opeens de prone schins voorbij, ook al pezeten op een pert staard, eigenlijk een pimmelschaard.
Hij zag Weefsnitje liggen, want zei lag daar in een klazen gist. Zei had zich immer verlsikt in een fut struik van de houte steks.
En de prone schins werd natuurlijk zapelstot van Weefsnitje, hij streek haar kak in de ogen en mutste haar op haar recht op haar kont.
Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadde lange kinderen en gaven een groot kannepoekenfeest....
~ Bekeken: 72 × | TOP | THUIS | TERUG
Doe mee!

Eluterius groeit door inbreng van gebruikers. Wil jij ook weetjes delen en dingen toe kunnen voegen? Word lid!
Weekpoll
En ook...

Top-30
De tussenstand in onze Eigenzinnige 30 van
week 31/2026. Muziek van 1950 tot nu!1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
12
13
16
ED SHEERAN - Afterglow 27
18
21
KRIS DE BRUYNE - Amsterdam 14
23
ABC - All Of My Heart 23
26
SEAL - Kiss From A Rose 12
28


Rechts

